Op reis gaan (Ut å reise)

Onderstaand zie je in het Noors woorden en zinnen die je gebruikt wanneer je op reis gaat. Om de Nederlandse vertaling te tonen klik je op het knopje 'Tonen'. Om vervolgens de vertaling te verbergen klik je op 'Verbergen'.



Ut å reise

Reisen bort

Reisen tilbake

Hvordan reiser du til Oslo?

Jeg reiser med fly

Når tar du bussen?

Skal du ta bil eller tog?

Alt er organisert

Når drar flyet? / Når reiser flyet?

Jeg drar på mandag og kommer hjem på lørdag

Op reis gaan

De heenreis

De terugreis

Hoe ga je naar Oslo?

Ik ga met het vliegtuig

Hoe laat pak je de bus?

Ga je met de auto of met de trein?

Alles is georganiseerd

Wanneer vertrekt het vliegtuig?

Ik vertrek maandag en ik kom zaterdag terug